Het leerlingental bleef in de jaren '60 gestadig groeien: een 717 in 1960 tot 1054 in 1970.
Ook het bestuurlijk werk werd zo omvangrijk dat voor de beide scholen twee bestuurscommissies werden gevormd binnen het bestuur. Toen dat onvoldoende soelaas bood, werd besloten de school in Enschede in 1967 onder een zelfstandig bestuur te brengen.
(De school ging verder onder de naam lchthus-college. De jarenlange pogingen ook in Hengelo een eigen school te stichten hadden geen succes).
Vanaf 1960 is er ook een intensief contact met het Gymnasium in Nordhorn: uitwisselingen van leerlingen en leraren, sportwedstrijden en een gezamenlijke werkweek.
Het godsdienstonderwijs werd tot het begin van de jaren '60 gegeven door predikanten uit de regio die voor één dag per week aan de school verbonden waren.
Het bestuur beslist over te gaan tot benoeming van full-time godsdienstleraren, die ook het schoolpastoraat op hun schouders wilden nemen. Ds. Maas en Ds. Bos werden benoemd, die in de vele veranderingen die vanaf de jaren '60 plaatsvonden een grote rol hebben vervuld, waarbij zij vooral oog hadden voor de leerlingen in de school.
De andere docenten hadden soms speciale verwachtingen van de pastores.
De leerlingencabaretavond van 1963 bracht namelijk de nodige opwinding te weeg: hij werd als "stijlloos" getypeerd en vertwijfeld vroeg een leraar zich af of de pastores niet enige begeleiding konden geven aan het amusement op schoolavonden.
In het jaar 1962 haalde het CLA uitgebreid de landelijke pers, inclusief het geïllustreerde weekblad De Spiegel. De reden was een "leerlingenstaking", die overigens in de notulen van de leraarsvergadering een "leerlingenvergadering in de pauze" werd genoemd. Aanleiding was de verkiezing van leden van het Lyceac-bestuur. Vlak voor de sluiting van de termijn van kandidaatstelling hadden zich 5 leerlingen uit één klas tegenkandidaat gesteld "over wie de rector niet bijzonder enthousiast was". Kortom hij besloot deze kandidaten niet te accepteren. Tijdens een spoedvergadering van docenten kwamen ook meer algemene zaken aan de orde rond Lyceac. Naar aller inzicht is de rector verantwoordelijk en hij kan dus beslissen. Maar een uitspraak van één van de leraren: "Die jongen is van niet-christelijke huize en daarom niet geschikt", werd niet door allen gedeeld. Zo waarschuwde de heer Ter Brugge voor "Geestelijke apartheidspolitiek". Sinds de staking hebben leerlingen de schriftelijke toestemming van hun ouders nodig als zij kandidaat staan voor het Lyceac-bestuur.
In de eerste helft van de jaren '60 werd door bestuur en leraren met zeer grote regelmaat gesproken over de schoolavonden. Natuurlijk moeten ze blijven volgens ds. Maas: "Een schoolavond is iets heerlijks in 't schoolleven". Het probleem is: "Mag er na afloop gedanst worden of niet ?
Het bestuur vraagt in 1962: Wat moet er na de schoolavond geschieden? Standpunt van de leraarsvergadering: "Na de sluiting van de schoolavond is voor de school de zaak geëindigd".
Maar in de rondvraag komt een nieuwe variant ter sprake: "Collega Doeven: Wat te doen als bij een klassenavond in een huiskamer de vader toestemming geeft tot dansen? Rector: "Klasseleraar weggaan !" Ds. Maas: "Zo stuurt men het in de richting van clandestiene klasseavonden".
Het jaar er op verzocht het bestuur de leraren zich uit te spreken over 2 voorstellen ten aanzien van schoolavonden en dansen. Of dansen na afloop, of een aparte dansavond. Dansen na afloop houdt het risico in "dat leerlingen die graag aan het eerste deel van de avond zouden willen meewerken of dit zouden willen bijwonen, van hun ouders die tegenstanders van het dansen zijn, daartoe geen toestemming zouden krijgen". Daarom stemt een meerderheid voor een aparte dansavond.
In januari 1964 wordt gesproken van "de geslaagde dansavond" van 9 december 1963.
In 1966 vragen de leerlingen om een schoolavond buiten het schoolgebouw. Over de schoolavond zijn de leerlingen van mening, zeker nu er gedanst wordt, dat de avond niet in school moet worden gehouden. Hierdoor wordt het meer een "uitgaansavond". Volgens de leraren "is ook de opvoedkundige waarde (vooral voor buitenleerlingen) groter, daar de leerlingen, meer dan op school gedwongen worden, zich behoorlijk te kleden en correct te gedragen". Om "klandestiene klasseavonden" tegen te gaan wordt besloten dat de klasseleraar de ouders schriftelijk informeert over een klassenavond.
Ds. Bos is de initiator van de schoolkampen. Gevraagd naar het waarom is zijn reactie: "Saamhorigheid wordt door het kampleven sterk bevorderd.
Bij de dagopeningen en -sluitingen staan de leerlingen bijzonder open voor de verkondiging van het Evangelie". Niet ieder is het ermee eens dat de school dit werk overneemt van gezin en jeugdvereniging", maar voldoende docenten melden zich aan om met het kampwerk te kunnen starten.
In een reeks van jaren werden er aan het begin en aan het eind van de zomervakantie kampen georganiseerd in o.a. België, Luxemburg en Duitsland.
Vanaf het moment dat de nieuwe school in gebruik werd genomen, werd er door leraren geklaagd over het "open karakter" van het gebouw: kantine en gangen konden niet afgesloten worden, zodat er altijd "onrust" heerste op gangen en de leerlingen in de pauzes overal zaten te eten. (De huidige personeelskamer op de hoogste verdieping was toen kantine en wel een open kantine omdat de huidige muur tussen personeelskamer en aula ontbrak).
Op veel leraarsvergaderingen werd in de jaren '60 tot halverwege de jaren '70 dan ook gesproken over "orde" en nieuwe huisregels.
De plannen om de Kolthofsingel aan te leggen wekten veel beroering: "t Is een ellende aan de straatzijde met dat lawaai !" De heer Voogt stelt voor populieren te planten aan de wegzijde van het terrein (die in 1986 weer werden omgezaagd) en de heer Saas vroeg zich af waar het verstand zat bij de heren van de Gemeente Almelo. De gemeente schijnt er een lust in te hebben scholen te bouwen langs verkeerswegen". Hij pleitte voor dubbele ramen en airconditioning. Zijn eerste wens is in 1983 gerealiseerd. De heer Braakman sprak over "'t gevaarlijke kruispunt bij de school".
Het is triest te bedenken dat hij en zijn vrouw een kwart eeuw later omkwamen bij een auto-ongeluk op hetzelfde kruispunt.
In 1963 verwoordt de heer Jurriëns wat leeft onder meer docenten: "We vergaderen over wissewasjes, maar er moet een goed schoolbeleid komen". Nog geen 2 maanden later viel het besluit dat er een "adviesraad van leraren" komt die geregeld met het directorium overlegt over beleidsaangelegenheden.
Voor het eerst wordt er niet alleen over rapportcijfers vergaderd maar over een scala van onderwerpen; over sexuele voorlichting vanwege de school waren de meningen verdeeld.
"De militaire tassen van canvas zijn vaak te klein om de schoolboeken te bevatten; de boeken hebben te lijden. Deze tassen verbieden kunnen we niet".
De ringbaard van Mullink en het haar van Hulsebosch kregen aandacht. Het ongewoon hoge percentage zittenblijvers: in 1964 in klas 1 30%, in Gymnasium 4 45% en in Gymnasium 5 30%.
Het versterken van het klasseleraarschap schrikt veel leraren af. Voor het eerst wordt gesproken over taakverzwaring. Er manifesteert zich een tweedeling onder de leraren tussen de "vakleraren" en "hen die het kind zoeken".
Na jaren van voorbereiding was het in 1965 eindelijk zo ver dat het sportveld in gebruik werd genomen. Tegelijkertijd werd - 4 jaar na ingebruikneming - de eerste houtrot in de kozijnen gesignaleerd. Eenrichtingsverkeer bij de leswisseling wordt ingevoerd bij 868 leerlingen, een maatregel die niet meer bestond in de 10 jaar dat de school meer dan 1400 leerlingen telde. Het aantal klachten over vervuiling van de school nam hand over hand toe: zo besloot het directorium in december 1965 de kantine in tussenuren tijdelijk te sluiten in verband met de "troep" die er werd achtergelaten.
De invoering van de Mammoetwet in 1968 behelsde o.a. als nieuwe onderwijsvorm het HAVO. Tegelijk verdween de MMS en werd de HBS omgezet in een 6-jarig Atheneum. De invoering van het HAVO leidde tot een enorme uitbreiding van het leerlingental.
Tussen 1967 en 1974 groeide de school van 865 naar 1502 leerlingen.
Was het tot 1968 nog zo dat alle leerlingen tegelijk staande de weekopening in de aula bijwoonden, vanaf dat jaar was de weekopening iedere week voor een ander deel van de leerlingen.
Ook was het niet langer de rector die alle rapportvergaderingen voorzat: de leden van het directorium zitten "elk hun deel" voor, terwijl ook de klasseleraar zich goed op de vergadering prepareert. Er werd geklaagd over de onduidelijkheid van de ingang, een situatie die pas in de jaren '80 werd verbeterd.
Parijs en het Maagdenhuis lieten aan het eind van de jaren '60 hun sporen na: het woord democratisering valt herhaaldelijk.
Prof. Dr. G. Wielenga kwam spreken over "Democratisering in het onderwijs" met als blijvend gevolg dat een samenvatting van de besprekingen in de bestuursvergadering aan leraren werd verstrekt. Ook mocht de aula in de pauzes meer voor de ontspanning van leerlingen gebruikt worden; wel werd het de leerlingen verboden de zogenaamde legertassen te gebruiken.
Voor het eerst was er sprake van oriëntatiedagen voor de brugklassen, een activiteit die altijd is blijven bestaan. Het directorium "wil graag op de hoogte zijn van verdovende middelengebruik".
Het schoolparlement vroeg om toestemming een paar parlementsleden de algemene lerarenvergaderingen (niet de rapportenvergaderingen) te laten bijwonen. Het voorstel werd met 34 tegen 11 stemmen aangenomen en ook uitgevoerd. Negen leraren wendden zich tot het bestuur met het verzoek het besluit terug te draaien, maar het bestuur zei niet de bevoegdheid te hebben: de lerarenvergadering heeft democratisch beslist".
Het rode boekje voor scholieren" werd niet als een bedreiging ervaren: "Een aantal leerlingen heeft het en leest erin.
Op school zijn geen veranderingen te merken. Men gelooft niet dat het werkelijk invloed heeft"
1919-1920 Het voorbereidingsjaar
1920-1930 Het kleine begin van een groot werk
1930-1940 Tegen de verdrukking in
1940-1945 De oorlogsjaren
1945-1960 Laatste jaren aan de Vriezenveenseweg
1960-1970 Er zitten veranderingen in de lucht
1970-1980 Het sociale hart